Hang het Van Gogh Museum vol met AI-werk en ik vrees dat de meeste bezoekers het niet opmerken. Maar in één week regent het beschuldigingen gericht tegen belangrijke kunstenaars en auteurs van wie authentiek werk wordt verwacht. Wat te doen?
Echte ervaring of ‘photoshoppen’?
Afgelopen week wilde ik drie verschillende verhalen schrijven over gebruik van AI, dat betrokken personen in diskrediet brengt. De gevallen lijken zo op elkaar dat je ze als een teneur kunt samenvoegen. Met de pregnante vragen: in welke mate is AI-gebruik aanvaardbaar om nog van authentiek eigen werk te kunnen spreken? Kunnen en willen we AI-gebruik in kunst en wetenschap precies benoemen? En zo ja, hoe dan?
Professor van TU Delft
De eerste beschuldiging haalde de Nederlandse pers niet, maar is wel boeiend: de Zweedse wetenschapper Virginia Dignum van Umeå Universiteit, voorheen docerend aan de TU Delft over onder meer de ethiek van AI-gebruik.*)
Haar boek The AI Paradox bij Princeton University Press behandelt in acht paradoxen de relatie tussen menselijke en kunstmatige intelligentie. En juist over de AI Paradox kreeg de Zweedse commissie voor wetenschappelijk wangedrag (NPOF) in juli 2026 een klacht: Dignum zou verzonnen verwijzingen vanuit AI, en er zijn aanwijzingen voor AI-formuleringen in de tekst.
De NPOF oordeelt dat de klacht buiten haar bevoegdheid valt en niet wordt onderzocht. (besluit in Zweeds). De AI Paradox is immers “geen wetenschappelijk onderzoek, maar populairwetenschappelijk werk… In het boek worden geen wetenschappelijke beweringen gedaan. Ze schreef het boek in haar vrije tijd, niet in het kader van een onderzoeksbeurs.”
In een LinkedIn post van 27 augustus 2026 erkende Dignum de foutieve bronvermeldingen, maar niet met AI als oorzaak. Het behelst een zestal flinke slordigheden. Dignum gaf toe dat ze AI-tools had gebruikt om “de formulering te controleren en voor alternatieve bewoordingen…een gangbare academische praktijk…De tekst zelf is volledig van mijzelf en ik neem er de volledige verantwoordelijkheid voor op me.”
Als deskundige voegt ze toe: “Het is onmogelijk om te bewijzen dat een tekst niet door AI is gegenereerd, aangezien modellen tekst kunnen produceren die op bijna alles lijkt. Dergelijke beschuldigingen zijn gemakkelijk te uiten en bijna onmogelijk te weerleggen, en dat is precies waarom ze met voorzichtigheid moeten behandelen, en niet als bewijs op zich.”
In een LinkedIn post als reactie op de uitspraak weerspreekt ze de anonieme beschuldiging, maar stelt ook terecht: “Het wijst ook op iets wat de academische gemeenschap nog niet heeft opgelost: wat „aanvaardbaar gebruik van AI” bij het schrijven nu eigenlijk inhoudt.”
Gevierde nieuwe auteur
In literatuur ligt dat nog een slag anders dan in non-fictie. Thélyson Orélien, in 1988 geboren in Haïti en later woonachtig in Canada, schreef met C’était ça ou mourir volgens Franse recensenten een weergaloos boek. Het kreeg de Fnac-prijs 2026 van boekhandels en kopers, en belandde op de longlist voor de Prix Goncourt.
Het is geschrapt van de lijst na beschuldiging van AI-gebruik. Die kwam van een anoniem X-account ‘Balance ton Claude’, oftewel Pangramed. De eigenaar wordt in Le Figaro onthuld als de eigen columnist Samuel Fitoussi.
Fitoussi (1997, ook investeerder van beroep) is een hoog-intelligente conservatief denker die velen (zoals Sartre) aanpakt op vermeende denkfouten en zich verzet tegen de dominantie van identiteit in debatten. Met de beschuldiging van Orélien voor AI-gebruik ontmoet hij verwijten van racisme en zionisme. En het wordt uiteraard in verband gebracht met de tragische dood van de Britse liegende wetenschapper Jason Arday.
Op zijn eigen X-account zegt Fitoussi dat hij Orélien aanpakt omdat hij, hoewel ‘techno-optimist’, vreest dat „AI ervoor zal zorgen dat het lezen en schrijven zullen verdwijnen.” Hij publiceert kritisch en eloquent over taalmodellen en AI en weet waarover hij spreekt.
Beeld: uitgeverij Grasset
Nu blijkt dat Orélien ook een handje heeft van plagiaat, valt het doek voor hem. Woensdag waarschuwde de Académie Goncourt nog tegen goedkope beschuldigingen, maar nu schrapt L’Académie Goncourt hem van de lijst omdat zijn boek “naar alle waarschijnlijkheid grotendeels het product is van kunstmatige intelligentie” en vanwege regelmatig plagiaat.
Dit besluit werd genomen om “de integriteit van de prijs te bewaren” en menselijk talent te kunnen blijven belonen. “Wij kunnen het creëren van teksten die met behulp van AI zijn gegenereerd, op geen enkele wijze goedkeuren of ondersteunen.”
Terwijl AI-professor Dignum stelt dat je niet waterdicht de menselijke van de kunstmatige inbreng kunt scheiden, probeert de Prix Concourt om de humane inspanning puur te houden. Dat is de kernvraag in dit stuk: hoe onderscheid je nog menselijke inspanningen en creativiteit, en in hoeverre is dat relevant voor het publiek?
Nederlandse animatieheld gevloerd
Dit is een eenvoudige stap naar het derde geval waarin AI - door de maker zelf vooraf benoemd - tot harde veroordeling leidt. Opnieuw gaat het om de grenzen tussen authenticiteit en hulp van de machine in creatie.
Maker van animatiefilms Hisko Hulsing (1971) ontving striemende kritiek omdat hij de schitterende film Danse Macabre met AI afgewerkt had, juist om zijn eigen kwaliteiten te optimaliseren. Hij legt hier uit hoe moeilijk de productie was, met deelname van tientallen medewerkers in vier landen: Nederland, België, Frankrijk en Hongarije. Hij was er jaren mee bezig, maakte zo’n 80 olieverfschilderijen en componeerde de film zorgvuldig tegen de achtergrond van het allegro van de Tiende symfonie van Sjostakovitsj. Thema: opkomend fascisme.
Zowel idee als uitvoering spruiten volledig voort uit de menselijke geest van Hulsing. Maar om de geschilderde figuren die in de animatie in beweging komen weer één te laten worden met de achtergronden waarin ze oorspronkelijk stonden, is AI-programma Stable Diffusion toegepast. Geen kunstje met eenvoudig prompten, aldus Hulsing, maar hard werken om het bewegend beeld en zijn oorspronkelijke achtergronden harmonieus te vervlechten.
Beeld uit Danse macabre van Hisko Hulsing
De filmtrailer van 1 minuut werd in de eerste 48 uur vier miljoen keer bekeken, kreeg 200.000 likes. Maar toen het eerste commentaar met “’AI slop” verscheen, was het hek van de dam. Verontwaardiging won het, met venijn als: “Zo zou AI-rommel eruitzien als het in een restaurant met een Michelinster zou worden geserveerd.”
De gelauwerde filmkunstenaar kreeg aanvankelijk tijdens het jaarlijkse animatiefilmfestival in het Franse Annecy waardering voor zijn Danse Macabre. Na afloop van de vertoning in Annecy schreeuwt een jonge vrouw: “Fuck you. De dood van de kunst. Annecy moet zich schamen, je pakt mensen hun baan af.” In de zaal steekt Hulsing zijn middelvinger op en roept terug dat er tachtig mensen aan Dans Macabre werkten. Hij gebruikte AI voor de afwerking.
‘80 procent speelfilms wordt AI’
In een vraaggesprek met Floortje Smit in de Volkskrant zegt hij: “Ik ben nog steeds verdrietig. Maar ik vind het ook zó absurd…Ik kon mijn kunst deels financieren door het tekenen van storyboards voor productiemaatschappijen. Dat is verdwenen door AI. Maar je kunt net zo goed protesteren tegen de regen. Daardoor verdwijnt die niet. En waarom kom je naar mij en ga je niet met je gele hesjes bij de hekken van Open AI staan?”
AI zit nu volgens Hulsing dankzij OpenAI en andere grote aanbieders in het verdomhoekje, als gevolg van hun malle voorspellingen als marketing om beurswaarde op te krikken. Volgens Hulsing is de kritiek op hem een gevolg van “verkeerd tijdstip en verkeerde plaats”.
Filmfestival Venetië zou milder geoordeeld hebben, want in de ‘gewone’ filmwereld wordt minder zwaar getild aan AI-gebruik in series en speelfilms. In een interview met het FD zegt de indrukwekkende producent Eline van der Velden dat over tien jaar 80 procent van de speelfilms “volledig AI” gemaakt zal zijn. Eerder kreeg ze met AI-filmstudio Particle6 wereldwijde kritiek op ‘AI-ctrice’ Tilly Norwood, zoals van de genoemde Volkskrant-recensent Floortje Smit: “substantieloze fata morgana…het perfecte monster voor deze tijd”.
Tilly Norwood, beeld van Particle6
Van der Velden: “Er komt een grote transitie aan…We leiden mensen op, we scholen ze bij, we leren traditionele filmmakers te werken met deze nieuwe instrumenten. Maar dan moeten die medewerkers wel willen. Als jij nu gaat zeggen: ik ben anti-AI, ik ga nooit iets met AI doen en ik ga geen AI leren, dan maak ik me wel echt zorgen om je.”
Maar wat mij interesseert: die 20 procent films die over tien jaar nog niet met AI wordt gemaakt volgens Eline van der Velden. Hoe onderscheiden die zich? Zijn ze volledig van subsidie afhankelijk omdat AI veel goedkoper is? Van der Velden, intelligent: “Het is leuk, maar ik zou ook nog steeds naar echte films willen kijken. Ik ga ook nog steeds naar het theater.”
We hadden al Photoshop
De Dans Macabre is nu meer een debat-thema door AI-gebruik dan vanwege de inhoudelijke waarschuwing voor het opkomend fascisme. Meer dan tien jaar is Hulsing met het project in de weer, maar wordt nu met de beschuldiging ‘AI-slop’ gesloopt.
De reactie is overdreven, maar het debat noodzakelijk. In deze video legt een animatiekenner de hypocrisie uit: nog niet zo lang geleden werd Photoshop voor animatie steeds intensiever gebruikt. De originaliteit van de toepassing was bepalend. AI is een volgende generatie Photoshop, verziekt veel, maar er hel en verdoemenis over uitspreken heeft geen zin.
Want het echte euvel blijft; wie ziet het onderscheid? En als het publiek dat niet meer ziet – Hulsing was zelf eerlijk geweest - hoe maak je nog onderscheid? Wie ziet het verschil tussen een echte en namaak Van Gogh? Hoe lang al wordt het woord ‘authentiek’ misbruikt met marketing? Wie krijgt er nog een vieze smaak in de mond als AI is gebruikt?
In muziekproductie, met name bij Spotify, lijkt de strijd zoetjesaan verloren. De originaliteit van oude nummers wordt op de proef gesteld, nadat ze in allerhande technische genres door met name DJ’s al gebruikt zijn. Optredens zijn nog authentiek, maar alle elektronische instrumenten zullen AI krijgen. Ik draai vooral akoestische opnames en livemuziek. Maar wat nu als die uit de machine gaan komen?
Welke grens aan schrijven met AI?
Alexander Klöpping beweert dat het mijden van AI voor betere teksten een vorm van luiheid is, niet het omgekeerde. Hij kreeg van een elftal wetenschappers en journalisten onder leiding van Felienne Hermans onder uit de zak vanwege vermeend eenzijdig techno-optimisme. Debat heeft meer begrip nodig, want iedereen is in verwarring.
Kritiek van Thomas Heerma van Vos behelst de mate van inzet van AI: voor routine zoals correctie is het verdedigbaar, maar voor creativiteit niet: “Schrijven is niet alleen maar een kwestie van een idee uitwerken, het is ook een vorm van nadenken.”
Voor Trouw vroeg Ally Smid aan zes literaire uitgevers: hoe gaan jullie om met AI-gebruik door auteurs?” Vier van hen willen niet (geciteerd) antwoorden, steken liever de kop in het zand. Job Lisman van Prometheus antwoordt wel, en zegt één keer een auteur te hebben aangesproken op verdenking van AI-gebruik. Het mag niet, maar is het (nog) te onderscheiden?
Hoofdredacteur Frank Noë van het blad Schrijven Magazine bekent dat hij Claude gebruikt als AI-schrijfcoach, en raadt dat iedere schrijver aan. Collega Annemarie Koolstra vindt een IA-begeleider voor beoordeling van haar script inhoudelijk en qua toonzetting beter dan een menselijke schrijfcoach.
Kranten schoorvoetend mee
Opvattingen schuiven. NRC probeerde eerder nog de vinger in de dijk te stoppen, maar dit weekend komt Lucas Brouwers van de hoofdredactie met oprechte twijfels over AI. Echter, ook als het onderscheid tussen mens en machine bij een ingezonden opiniestuk niet waarneembaar is, wil hij “auteurs nabellen en bevragen om er zeker van te zijn dat er niet louter door een machine is nagedacht.”
(Let op het woord “louter”, een beetje mag wel?) Brouwers dan: “En misschien is het ook tijd om onszelf af te vragen: wat kan er in de plaats van een ingezonden opiniestuk komen?” Of misschien voor de hele krant: hoe maken we die beter met AI?
Het antwoord ligt deels in het zoeken naar, en aanvaarden van hele nieuwe vormen met AI, of juist de oude stijlen in de kunst en het schrijven zo lang mogelijk beschermen tegen AI. Ik heb Netflix eruit gelazerd en kijk enkel nog naar arthouse films bij Cinemember, en gaf familieleden abonnementen. Kun je die films ook met de machine maken? Ik vrees van wel. En moet er dan een AI-sticker op komen?
Ik maakte afgelopen zomer van tientallen stellen, families en individuen foto’s aan zee in Noordwijk, met hun eigen toestellen; in de avond vaak tegen een fantastisch rood naar geel kleurenpalet. Ze kunnen een afgedrukte foto aan de muur hangen en hun leven lang terugkijken op het unieke moment. Of thuisblijven en photoshoppen met AI? Die keuze lijkt niet zo moeilijk.
Maar voor de rest, met literatuur, schilderijen, muziek, films? Authenticiteit? Originaliteit? Hoe gaan we ermee om? Je mag vurig hopen dat de beste literatuur, muziek en films zich voor elke lezer, luisteraar en kijker, of in elk geval het gros daarvan, blijft onderscheiden van machinemaaksels. Of is dat een achterhoedegevecht?
Het grote gevaar van AI is niet dat het de wereld fysiek gaat uitroeien maar dat het de menselijke creativiteit verpest als wij ons er te afhankelijk van maken.
Ik hoop van harte dat Virginia Dignum gelijk krijgt, maar durf er de hand niet voor in het vuur te steken: “Hoe meer AI kan, hoe meer dit de onvervangbare kwaliteiten van menselijke creativiteit, empathie en moreel redeneren benadrukt.”
Moeilijk, moeilijk…
*) Eerder was gemeld dat Virginia Dignum nog aan de TU Delft verbonden is, maar ze werkt er niet meer.






